Uitbreidingen en wijzigingen bij 4Q
4Q is een multidisciplinair samenwerkingsverband van consultants die werkzaam zijn op het terrein van milieu, veiligheid, bodem, ruimtelijke ordening, energie en asbest. Het centrale aanspreekpunt voor deze samenwerking is Luc Vandekerkhove van THEA milieuadvies.
Daarnaast was de veiligheidspoot van 4Q aan uitbreiding toe. Aangezien er goede contacten waren met Eddy Blontrock van be-support werd hij gevraagd deze uitbreiding mee gestalte te geven. Ook met het adviesbureau Asper (asbestbeheersing en bodemonderzoek) zijn de contacten uitgemond in een samenwerking binnen 4Q.
Dit zijn de nieuwe leden binnen 4Q:
Van Bodemsaneringsdecreet naar Bodemdecreet: overgangsmaatregelen m.b.t. periodieke onderzoeksplicht
Sinds 1995 regelt in Vlaanderen het zgn. Bodemsaneringsdecreet de verplichtingen en modaliteiten m.b.t. het uitvoeren van bodemonderzoeken en bodemsaneringen.
Na 10 jaar was het wettelijk kader aan vernieuwing toe, en werd in 2006 het "Bodemdecreet" in het leven geroepen.
Met het nieuwe Bodemdecreet, werd ook de zgn. "Vlarebo-lijst" vernieuwd en de daaraan gekoppelde data voor periodieke onderzoeksplicht.
Wijziging Vlarebo-lijstMeer »Situatie onder het oude Bodemsaneringsdecreet
De verplichting tot het uitvoeren van een decretaal bodemonderzoek, hangt samen met de aanwezigheid van risico-activiteiten en/of risico-inrichtingen. Een groot aantal bedrijfsgebonden activiteiten was opgenomen in de Bijlage 1 van het Vlarebo (Vlaams Reglement betreffende de Bodemsanering), de uitvoeringsbesluiten van het Bodemsaneringsdecreet. Afhankelijk van de aard en de omvang van de activiteit onderscheidden we (bij het oude Bodemsaneringsdecreet) 4 categorieën: O, A, B en C. Indien op de site enkel activiteiten van de categorie "O" voorkwamen (of voorkomen), is enkel een bodemonderzoek verplicht bij het uitvoeren van een overdracht (noodzakelijk voor het bekomen van een geschikt bodemattest). Indien activiteiten voorkomen onder de letters A, B of C, diende daarenboven op regelmatige tijdstippen een "periodiek bodemonderzoek" te gebeuren (respectievelijk om de 20, 10 of 5 jaar). Bij elk van deze categorieën geldt bovendien dat een eenmalig onderzoek moet gebeuren bij het stopzetten van de activiteiten.
Situatie onder het nieuwe Bodemdecreet
Met ingang van 01/06/2008 is het Bodemsaneringsdecreet vervangen door het Bodemdecreet. Hierbij is ook een betere afstemming beoogd tussen de wetgevingen m.b.t. bodemonderzoeken en milieuvergunningen. De bijhorende Vlarebo-lijst is hierbij ook niet langer opgenomen in het Vlarebo, maar maakt voortaan deel uit van het VLAREM (Vlaams Reglement m.b.t. de Milieuvergunning). In deze vernieuwde lijst zijn een aantal belangrijke wijzigingen opgenomen:
1) Activiteiten die in het verleden niet in de lijst voorkwamen, komen nu wel voor, of vice versa: zo is sinds 2008 een kleine onderhoudswerkplaats (inrichting voor het mechanisch behandelen van metalen) reeds een ingedeelde inrichting vanaf een totaal geïnstalleerd vermogen van 5 kW (rubriek 29.5.2.1), terwijl dit tot 2008 pas het geval was vanaf 10 kW. Daardoor krijgen vele kleinschalige werkplaatsen nu voor eerst te maken met een bodemonderzoeksplicht.
2) Het schrappen van de Categorie C: de activiteiten met het meeste risico op bodemverontreiniging vielen tot 2008 onder Categorie C, wat een vijfjaarlijkse onderzoeksplicht met zich meebracht. Onder het nieuwe decreet is geen sprake meer van deze categorie.
3) Inhoudelijk wijzigen van categorieën: zo wordt thans geen onderscheid meer gemaakt tussen ondergrondse of bovengrondse brandstofhouders.
Naast de inhoudelijke wijziging van de Vlarebo-lijst, zijn ook de uiterste data gewijzigd voor het uitvoeren van het eerste periodieke bodemonderzoek.
Overgangsmaatregelen
Door de overgang van het oude naar het nieuwe Decreet, kan verwarring ontstaan over de noodzaak en de uiterste datum voor het uitvoeren van een eerste periodiek bodemonderzoek. Mijn bedrijf bevat onder het nieuwe Decreet niet langer Vlarebo-activiteiten. Dien ik nog een onderzoek te doen? Mijn activiteit is gewijzigd van Categorie C naar Categorie B, maar ik deed nog geen eerste onderzoek. Dien ik rekening te houden met de nieuwe datum voor Categorie B, of met de oude voor categorie C? Mijn activiteiten zijn niet gewijzigd, maar het oude en nieuwe Decreet vermelden beide verschillende data voor mijn eerste onderzoek. Met welke dien ik rekening te houden?
Om de belangrijkste onduidelijkheden uit de wereld te helpen, hieronder enkele vuistregels.
1. Data volgens oud decreet versus data volgens nieuw decreet
Over het algemeen is de datum van het eerste periodiek onderzoek binnen het nieuwe decreet een versoepeling t.o.v. de limietdatum volgens het oude decreet. Zo moest bijvoorbeeld een Categorie A bedrijf, dat zijn activiteiten startte in 2002, volgens het oude decreet een eerste onderzoek doen in 2012, terwijl dit volgens het nieuwe decreet pas in 2017 dient te gebeuren. De algemene regel hierbij is echter: indien een eerste onderzoek moest gebeurd zijn voor de inwerkingtreding van het nieuwe Bodemdecreet (zijnde 01/06/08), dan blijft de datum, bepaald volgens het oude Bodemsaneringsdecreet, van toepassing. Indien het eerste onderzoek echter pas na deze datum moest gebeuren, dan komt deze datum te vervallen, en wordt de nieuwe datum bepaald op basis van het nieuwe Bodemdecreet. In het voorbeeld hierboven moest een eerste onderzoek gebeuren in 2012. Gezien op dit moment het oude Decreet niet meer van toepassing zal zijn, mag het nieuwe bodemdecreet toegepast worden en moet een eerste onderzoek slechts in 2017 gebeuren. Het bedrijf krijgt dus 5 jaar uitstel. Indien dat zelfde bedrijf echter niet in 2002, maar wel in 1997 was gestart, dan moest het eerste onderzoek gebeurd zijn tegen 2007. Deze datum blijft dus gelden, omdat op dat ogenblik het nieuwe Bodemdecreet nog niet van toepassing. Indien dit bedrijf op heden nog geen onderzoek heeft uitgevoerd, is dit dus in overtreding. De achterliggende gedachte hierbij is dat een bedrijf welke op datum van 01.06.2008 reeds een onderzoek had moeten doen, maar dat nog niet had gedaan (en dus eigenlijk in overtreding is), hiervoor niet kan beloond worden door uitstel te krijgen.
2. Gewijzigde Vlarebo-categorie
Dezelfde redenering wordt doorgetrokken indien een bedrijf, als gevolg van de nieuwe regelgeving, onder een andere categorie komt te vallen dan voorheen (bijvoorbeeld een verstrenging van O naar A, of een versoepeling van C naar B). Indien een eerste onderzoek al moest gebeurd zijn voor 01.06.2008 (rekenend met de oude categorie, en volgens het oude decreet), dan blijft deze datum gelden. Indien dit nog niet moest gebeurd zijn, wordt de limietdatum bepaald aan de hand van de nieuwe Vlarebo-categorie, en volgens het nieuwe Bodemdecreet.
3. Wegvallen van Vlarebo-categorie
Indien, als gevolg van het nieuwe decreet, een bedrijf niet langer activiteiten heeft die nog als Vlarebo-activiteit beschouwd worden, geldt dit als een "stopzetting van Vlarebo-activiteit". In dit geval geldt dus eveneens nog een eenmalige onderzoeksplicht, naar aanleiding van de stopzetting. Hierna geldt voor de toekomst geen onderzoeksverplichting meer, in zoverre geen (andere) Vlarebo-activiteiten plaatsvinden. Naast deze algemene principes zijn er nog een factoren van belang. Zo kan de datum wijzigen, indien er in de laatste 5 jaar voor de aanvang van de activiteiten al een onderzoek was gebeurd. Bovenstaande geldt bovendien enkel voor een eerste periodiek bodemonderzoek. Volgende periodieke onderzoeken moeten gewoon om de 10 of 20 jaar na het laatste onderzoek worden uitgevoerd. Hierbij wordt gekeken naar de hoogste Vlarebo-categorie die voorkwam sinds het laatste onderzoek. Bij een daling in categorie na het vorige bodemonderzoek, dient dan ook nog eenmalig de periodiciteit van de voormalige (hogere) categorie gerespecteerd te worden.
Uit bovenstaande mag blijken dat het niet altijd even duidelijk is of, en tegen wanneer een nieuw bodemonderzoek moet uitgevoerd worden. Bij onduidelijkheid is het dan ook steeds aan te raden advies in te winnen bij uw milieucoördinator of bodemsaneringsdeskundige, of bij ovam.
VLAAMSE CODEX RUIMTELIJKE ORDENING (AFK. V.C.R.O.)
HISTORIEK VLAAMSE CODEX RUIMTELIJKE ORDENING
Wijzigingsdecreten:
Opgenomen in de officieus gecoördineerde Codex op deze site:
Decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen (B.S. 3/7/2009 - opheffing artikelen over opmaak rooilijnplannen)
Decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 (B.S. 30/12/2009 - kleine wijziging rond inning van planbaten)
Decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de derde aanpassing van de begroting 2009 (B.S. 29/1/2010 - opheffing fonds minnelijke schikkingen)
Decreet van 16 juli 2010 houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid (B.S. 9/8/2010 - reparatiedecreet)
http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/wetgeving/codex/codex.pdf Meer »HET TECHNISCH REPARATIEDECREET
wijzigingsdecreet 9 AUG 2010
"Technisch reparatiedecreet"
Het Vlaams Parlement heeft dit voorstel van decreet op 8 juli 2010 in plenaire zitting aangenomen en naar de Vlaamse Regering gestuurd om te worden bekrachtigd en afgekondigd. Op 9 augustsu 2010 verscheen de tekst in het Belgisch Staatsblad en werd het decreet van kracht.
http://prj73578.itomni.be/Default.aspx?tabid=14765
WERKEN AAN EN ROND DE WONING
Wie een kleine ingreep aan zijn woning wil doorvoeren, kan dat vanaf 1 december 2010 sneller en met minder administratieve verplichtingen. Dat is het gevolg van de goedkeuring van twee besluiten van de Vlaamse overheid.
http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/docs/brochure_vergunningen_w.pdf
STEDENBOUWKUNDIG ATTEST
Wat is het stedenbouwkundig attest?
Mondeling verkregen stedenbouwkundige informatie heeft geen juridische waarde.
Wilt u de inlichtingen over het perceel dat u interesseert schriftelijk bevestigd zien, dan kunt u een stedenbouwkundig attest aanvragen. Zo heeft u meer zekerheid
http://www.ruimtelijkeordening.be/Default.aspx?tabid=13980
PROJECTVERGADERINGEN
Initiatiefnemers van grote bouw- of verkavelingsprojecten kunnen, eens een realistische projectstudie voorhanden is, verzoeken om een projectvergadering met de vergunningverlenende overheid en de adviesverlenende instanties. De projectvergadering beoogt de procedurele afstemming tussen de betrokken organen en instanties en de bespreking van de eventueel nodig of nuttig geachte projectbijsturingen.
http://www.ruimtelijkeordening.be/Default.aspx?tabid=14436
PLANOLOGISCH ATTEST
Het planologisch attest is een instrument dat aan bestaande zonevreemde bedrijven een ruimtelijke oplossing kan bieden. Vanaf 1 september 2009 veranderen enkele voorwaarden. Aanvragen die voor 1 september 2009 zijn ingediend blijven volgens de regels van dat moment behandeld. Aanvragen die vanaf 1 september 2009 voor de eerste keer worden ingediend volgen de vernieuwde regels. De belangrijkste veranderingen gaan over:
• aanvraag door milieuvergunningsplichtige en milieumeldingsplichtige bedrijven (m.b.t. bedrijfsactiviteiten) of land- en tuinbouwbedrijven, de BTW-Omzet verplichting is niet meer nodig;
• een stedenbouwkundig hoofdzakelijk vergund, niet verkrot en bestaand bedrijf (gebouwen, constructies, verhardingen en functie);
• afgifte door de bevoegde overheid van een planologisch attest met expliciete vermelding van een opmaak of wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan.
http://www.ruimtelijkeordening.be/Default.aspx?tabid=14393
Overzicht voorjaarsadministratie 2011
Het voorjaar brengt op milieuvlak al onmiddellijk een aantal te vervullen verplichtingen met zich mee. Hierna vindt u een overzichtstabel van alle mogelijke taken die kunnen/moeten uitgevoerd worden op gebied van milieu in 2011.
Eerst willen we nog even de aandacht vestigen op enkele nieuwe aandachtspunten voor 2011:
Meer »1. Periodiek onderzoek gasopslagtanks/drukvaten
Een eerste periodieke onderzoek op gasopslagtanks/drukvaten die vóór 1 januari 2009 vergund waren en waarvoor nog geen keuringsattest nodig was op basis van de op 1 januari 2008 bestaande regelgeving, moet uitgevoerd worden op uiterlijk 1 januari 2011.
2. C&L notificatie
Naar aanleiding van de nieuwe CLP regelgeving is de producent van stoffen, verplicht om informatie aan het ECHA te verstrekken over de indeling en etikettering van stoffen die vanaf 1 december 2010 op de EU-markt worden gebracht en dit binnen de maand na het op de markt brengen. De eerste deadline is 3 januari 2011 (1 januari 2011 is een zaterdag). Het ECHA verzamelt deze informatie om tot een geharmoniseerde lijst van stoffen te komen. Dergelijke C&L notificatie kan samen met het registratiedossier via REACH-IT ingediend worden indien men als producent onder de registratieplicht valt van 1 december 2010. In de andere gevallen moet een aparte melding gedaan worden.
Let wel, deze C&L notificatie is niet enkel van tel op de stoffen die onder de REACH regelgeving vallen. Ook voor de stoffen die als gevaarlijk worden geclassificeerd en in hoeveelheden < 1 ton/jaar op de markt worden gebracht moet melding van de indeling en etikettering gedaan worden aan het ECHA.
3. Uitsluiting CO2-emissiehandelperiode
Een exploitant van een BKG-inrichting met louter kleine installaties, kan uitsluiting van de CO2-emissiehandelperiode vragen. Dit kan hij door melding te maken tussen 31 maart 2011 en 13 mei 2011 aan de afdeling Lucht dat hij voor de volgende handelsperiode wil uitgesloten worden van de CO2-emissiehandel, op voorwaarde dat voldaan is aan volgende voorwaarden:
• voor 2008, 2009 en 2010 minder dan 25.000 ton CO2-uitstoot;
• thermisch ingangsvermogen verbrandingsinrichting < 35 MW;
• onderhevig zijn aan maatregelen die voor een gelijkwaardige bijdrage tot vermindering van emissies zullen zorgen (deze moeten nog worden uitgeschreven);
• bevestigen dat voor de volgende handelsperiode nog voldaan zal worden aan de bewakings- en rapporteringsverplichtingen.
4. SVHC notificatie
Een producent of importeur van een voorwerp (artikel) moet het gebruik van een zeer zorgwekkende stof (SVHC) op de kandidaatslijst die in het voorwerp vervat zit, melden aan het ECHA, als aan de volgende voorwaarden cumulatief wordt voldaan:
- de stof is aanwezig in de voorwerpen in > 1 ton per jaar per importeur of producent;
- de stof is aanwezig in een concentratie > 0,1% (w/w); (er bestaat tussen de lidstaten wel nog wat discussie of dit gewichtsvolume per homogeen onderdeel van het voorwerp of voor het volledige voorwerp geldt);
- de stof is nog niet geregistreerd voor het betrokken gebruik;
- blootstelling van mens of leefmilieu kan onder normaal en voorziene gebruiksomstan-digheden inclusief de afvalfase niet uitgesloten worden.
De zeer zorgwekkende stoffen die in de kandidaatlijst zijn opgenomen vóór 1 december 2010 moeten aan deze notificatieverplichting voldoen tegen ten laatste 1 juni 2011. Voor de stoffen die vanaf 1 december 2010 op de kandidaatlijst verschijnen, moet de producent een notificatie doen binnen de 6 maanden na opname in de lijst.
5. Benchmarkingconvenantbedrijven
Voor de nieuw geïdentificeerde minder rendabele maatregelen uit het energieplan van de tweede convenantronde, die waar nodig voor het halen van de wereldtop zo snel mogelijk moeten worden genomen, wordt de uiterlijke toepassingsdatum ervan vastgelegd op 30 juni 2011. Van deze datum kan om bedrijfsspecifieke redenen worden afgeweken in samenspraak tussen de vestiging en het Verificatiebureau Benchmarking Vlaanderen (VBBV).
(Voor de nieuw geïdentificeerde meer rendabele maatregelen uit het energieplan van de tweede convenantronde was een deadline vastgelegd tot 30 december 2009).
6. Periodiek bodemonderzoek
Voor activiteiten of inrichtingen die vóór 29 oktober 1995 (= datum van inwerkingtreding van het Bodemdecreet) in exploitatie waren en door het (nieuwe) VLAREBO dat van kracht is sinds 1 juni 2008, voor het eerst VLAREBO-plichtig zijn, moeten de categorie B plichtige inrichtingen een eerste OBO (oriënterend bodemonderzoek) laten uitvoeren tegen ten laatste 31 december 2011.
7. Verpakkingen
In het kader van het preventieplan verpakkingsafval moet in 2011 géén evaluatie gebeuren van het preventieplan 2010-2013. In het interregionaal samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 is bepaald dat slechts op de tweede en derde verjaardag van het preventieplan verpakkingsafval een evaluatie moet gebeuren.
ARION CONSULT wil u bij het vervullen van al deze taken graag bijstaan en u de nodige uitleg hierover verschaffen. Mocht u op ons beroep willen doen, gelieve dan zo snel mogelijk contact op te nemen. Wij zullen bijgevolg de nodige acties ondernemen opdat alle voorjaarsadministratie correct en op tijd door u kan afgeleverd worden.
OVERZICHT-VOORJAARSADMINISTRATIE-2011